JuRo Unirek/VZV
60 Jaar VZV

VZV Handbal 60 Jaar, een diamantje waard.

In het gezegende jaar (2008) dat het grote Feyenoord honderd jaar bestaat, doet VZV-handbal het met een bescheiden zestig jaar. Tien jaar na het dik en zeer officieel gevierde vijftigjarige jubileum doet de handbalvereniging uit ’t Veld en Zijdewind dat deze keer met een bescheiden feestje.

Dat partijtje wordt over dik een maand, op zaterdag 19 april, gehouden. Tot die datum zal u in De Heraut van tijd tot tijd op de hoogte worden gehouden van het wel en wee van het VeeZetVee-feestcomité en wat verwijzingen naar de geschiedenis van onze handbalclub. We zullen schrijven over roemruchte teams, trainers en speelsters dan wel spelers. Maar dat is voor later.

Eerst even het zeer actuele verleden. Op zondag 6 januari werd – onbedoeld – de middenuit genomen voor het VZV-jubileumjaar, het diamanten jaar. Net na de nieuwjaarswedstrijd van VZV-voetbal, elders op De Kogge onder een waterig zonnetje, vingen onder het veilige dak van sporthal ’t Zijveld twee nieuwjaarsduels aan van VZV-handbal.

Oud speelde tegen jong, dames 3 tegen het verjongde 2, het VZV-heren 2 van 1996 tegen de jongens van nu (heren 1). In die prettige vorm zullen we ook op 19 april een belangrijk deel van ons jubileumfeest vieren. Er zal die zaterdag – een week voor een heel lange voorjaarsvakantie - gehandbald worden en de volgende dag zullen de oudjes onder hen – en dat zijn er velen, ze staan werkelijk te trappelen – balen van al die dom opgelopen spierpijn.

Zo was het ook een dag na het nieuwjaarsbal in ’t Zijveld. De knie deed zeer, ik keek eens naar de schaafwond. De lies speelde op, wat had ik daar nu weer mee uitgespookt.En de enkel deed het al niet lekker voor de wedstrijd, zo gaan die dingen met mannen die de 50 voorbij zijn.

Voor velen kwam er op die maandag nog wat hoofdpijn overheen. Zondagavond in de kantine van De Kogge met een knal tegen koning Bacchus opgelopen, dan wil het hoofd nog wel eens nasuizen.

Het handbal was om nog eens na te praten. Dames 3, in de opstelling met Judith van Dam, Yvonne Wijnker, Marion Kramer, Alina de Rijcke, Ria van Wonderen, Martine Raams en Esther Kaper, werd versterkt met twee golden oldies: Annemiek Ligthart, ooit Jong Oranje, nu oud-VZV, en Astrid Kos, rappe breakoutloopster van JHC en voorhene VZV 1.

Dames 2, van Sandra Kroon, Judith Bruin, Anneloes Bakker en Janneke Schilder, werd versterkt met Lotte Prak uit de Junioren A en Eva van der Plas, Nada Blokker, Jackie Ferwerda en Naomi Malmberg uit dames 1. De eerste helft werd door de jonkies gewonnen met 9-7, de tweede helft door de oudjes met 12-9. Die konden dan ook de consumptiebonnen opstrijken.

Bij de heren zagen we van de veteranen Jan Betjes en Alex Betjes, Piet Bet, Jos Dekker, Cees Blokdijk, Ruud Tijm, Han van ’t Hoen, Bert Otten en John Volkers aantreden. Die hadden in de eerste helft geen kans tegen de jongeren uit heren 1 met Dion Doesburg, de kanonnen Bas en Hans Hageman, uitblinker Randy Bommer, Ronald de Jong, Randy Bommer, Jens Nauta, Rino Visser en Rik de Vries. Het verschil liep op tot vier treffers in het voordeel van de jongeren. Toen de oudjes in de tweede helft versterking kregen van de jonge afstandschutter Mark Betjes ging het gelijk op. De einduitslag was 16-12 in juniorenvoordeel.

VZV Handbal en de familie Groot.

De ‘RK Dameshandbalvereneeniging VZV’ werd in 1948 opgericht. Over de datum van oprichting was lang enige duidelijkheid. Het briefhoofd van VZV vermeldt nog altijd 18 april. De statuten en reglementen van VZV geven 14 april als oprichtingsdatum. Maar volgens Manja Groot, de oudste dochter van oprichter Arie Groot, is 9 april de juiste datum.

De 9e april is namelijk haar verjaardag en die werd aan de oprichting van VZV gekoppeld. ‘Vader haalde wel eens wat zaken door elkaar’, vertelde Schagense Manja bij het 50-jarige jubileum toen ze werd gevraagd terug te kijken op een rijke geschiedenis.

Haar uitleg: 14 april was de verjaardag van zus Tineke, 18 april was de verjaardag van haar moeder Hanny en 9 april dus van Manja en van VZV. Gezin en handbal liepen nadrukkelijk door elkaar in het leven van Arie Groot en zijn vrouw Hannie Pancras.

Hun kinderen Manja, Peter, Hanneke en Tineke werden allemaal handballers. Manja speelde liefst zestien jaar in het eerste. Peter stond bekend om zijn snoekduiken, hij had het keepertalent van zijn vader geërfd. Hij ging van de voetbal over nar de handbal. Hanneke was een sterke cirkelloopster die enkele jaren in het eerste speelde en Tineke, de jongste, behoorde tot de juniorengroep die in 1971 in Utrecht districtskampioen werd.

De inzet en bevlogenheid hadden ze allemaal van hun vader. De oprichter, vrachtrijder Arie Groot, was een bijzondere man. Manja: ‘Mijn vader kwam van Warmenhuizen en verhuisde op zijn 28ste, na zijn huwelijk, naar ’t Veld. Hij was een echte sportman. Hij stond op zijn 17de al in het doel van VIOS 1. Hij verzorgde daar de velden en trainde er de jeugd. Dat zat er toen al in bij hem.

Hij deed ook aan priksleeën, aan gymnastiek, maar het meest aan atletiek. Arie Groot was een goede 400 meterloper en verspringer. Hij was net in de Nederlandse selectie opgenomen, toen de oorlog uitbrak. Dat was zijn pech. Warmenhuizen en ’t Veld hebben in die jaren ook nog samen een atletiekvereniging gehad. Mijn vader zat daar natuurlijk bij.

Warmenhuizen exporteerde aldus zijn sportliefde naar ’t Veld en Zijdewind. Groot werd in het dorp van de Martinus-kerk opgenomen in de voetbalgemeenschap. Die bestond sinds 1930. Hij was voorzitter en ook doelman van het eerste. Kom daar tegenwoordig maar eens om; actieve sporters die het besturen erbij doen.

In 1948 werd er bij hem thuis, aan de Rijdersstraat C-105, aangebeld. Een stel sportieve meiden stonden op de stoep. Ze kwamen vragen of er geen handbalclub opgericht kon worden. Sommige mensen in het dorp waren tegen. Die vonden toen, overeenkomstig de rooms-katholieke tijdgeest, dat vrouwen niet in sportkleding konden rondlopen.

Manja: ‘Mijn vader was allesbehalve een conservatieve man. Hij was vooral sportman en vond dat die handbalclub er moest komen.

VZV kwam er en Groot vond in het leiden van de club, van de oprichting in 1948 tot zijn dood in 1974, zijn levensbestemming. Hij timmerde enorm aan de weg en was er altijd. Hij was voor iedereen ‘Arie’, geen meneer of meneer de voorzitter.

Het huis van de familie Groot, nu café De Uitdaging van uitbater Ron Alles, gold als een zoete inval. De teams verzamelden daar voor vertrek. Op het pad voor het transportbedrijf, als het fijn weer was, maar als het regende kroop iedereen bij de Grooten naar binnen. Moeder Hannie zette de koffie en was ook de grote vraagbaak van de nieuwe sportclub van ’t Veld. Zij werd voor al dat werk later het eerste erelid van VZV.

Arie Groot was bestuurder, trainer, voorvechter, lobbyist en actieman van de club. Op zijn naam staan het trainersfonds, de huis-aan-huis collecte, de voddenactie,de balpennen en plankenactie, de klaverjasactie en de loterijen.

Groot was vooruitstrevend. Hij wilde een eigen veld voor de handbal en kreeg het in 1957 voor mekaar dat de kerk grond beschikbaar stelde, nu het parkeerterrein van De Kogge. In de kerkstal werden twee kleedkamers ingericht.

Later kwam er nieuwe kleedgelegenheid, getimmerd onder leiding van de latere voorzitter Jan Jong. De gebouwtjes zijn nu nog in gebruik als opslag van tennisvereniging De Kogge.

Bij het plan van Arie Groot om op De Kogge een eigen sporthal te bouwen, voltrok zich een drama. Hij wilde, we schrijven het jaar 1974, met veel zelfwerkzaamheid een eigen hal voor VZV bouwen, net als de Doorbraakhal van Dinto in Warmenhuizen.

Manja: ‘Bij de uiteenzetting van dat plan, in het Gezondheidscentrum aan De Hoep in Nieuwe Niedorp, is hij toen onwel geworden. Hij was binnen enkele minuten overleden.

Het duurde achteraf vijftien jaar, tot 1989, voor het streven van Groot werkelijkheid werd. In dat jaar opende VZV zijn eigen sporthal: ’t Zijveld. In de ideeënbus voor sporthalnamen werden op vele briefjes de suggesties Groothal en Arie Groothal aangetroffen. ’t Veld en Zijdewind waren de oprichter nog niet vergeten. Een plaquette bij de ingang herinnert aan de man die zijn handbalvereniging inspireerde tot het bouwen aan een toekomst.

VZV Handbal en het eerste begin.

En wij maar denken dat ze in ’t Veld zo vooruitstrevend waren om reeds kort na de Tweede Wereldoorlog met handbal te beginnen. Maar ere wie ere toekomt, in buurdorp Nieuwe Niedorp waren ze er eerder bij dan in ’t Veld en Zijdewind.

Vera van der Gulik vertelde ervan bij het vijftigjarige bestaan van VZV. Zij speelde tot 1948 voor Geel Wit, het clubje uit Nierup dat voor zijn thuiswedstrijden zelfs uitweek naar Hoogwoud. Maar toen in ’48, het gouden jaar van atlete Fanny Blankers-Koen en de Nederlandse vrouwensport, het handbal in Nieuwe Niedorp met een ledentekort kampte en ermee stopte, kwam de oprichting van VZV als geroepen.

Vera van der Gulik, tegenwoordig Keet, 77 en woonachtig aan de Weelweg in Waarland: ‘Ik werd voor een overschrijving benaderd door trainer Daan van Velzen. Hij had bij Geel Wit training gegeven en hij kwam langs om mij voor VZV te vragen. Van Velzen was een goede trainer die heel wat te stellen had met al die jonge meiden.

Maar, opnieuw ere wie ere toekomt, ‘van hem hebben we handbal geleerd’, aldus Waarlandse Vera.

Voor de correcte weergave van de historie: Vera van der Gulik miste de allereerste wedstrijd van VZV. ‘Truus Kruijer stond toen in doel. Maar Van Velzen wilde mij hebben. Hij is in die week na de eerste wedstrijd langs gefietst. Zo ben ik er in gekomen. Truus ging naar het tweede.’

VZV-handbal, de opvolger van de dameskorfbalvereniging Rood Wit, had twee elftallen in de veldhandbalcompetitie. Vera: ‘Zaalhandbal kenden we niet in die jaren.’

Getraind werd er één keer per week. De wedstrijden, steevast op zondagmiddag, werden gespeeld op het veld van de voetballers van VZV, op het kerkland dat sinds de jaren zeventig vol staat met nieuwbouwhuizen. Als het nat en koud was, werd er door de dames binnen getraind. Er was geen sportzaal, er werd uitgeweken naar de zaal van café De Vriendschap, toen van Arie Slijkerman. Hij was ook de eerste sponsor van de handbal.

Vera: Er stond geen doel, maar we renden er, op een houten vloer, onze rondjes, deden onze lichaamsoefeningen, maakten er sprongetjes. Trainingspakken waren er niet. We speelden in broekrok. Soms verkleedden we ons voor de wedstrijd in het schuurtje van Slijkerman. Maar douchen of wassen na afloop was er niet bij. Je ging in je vuile goed naar huis.’

Cafébezoek zat er voor de vrouwen in die tijd niet in. Vera: ‘Dat was meer voor de mannen, de voetballers. Wij speelden onze wedstrijd, maar dat was al een hele gebeurtenis hoor. Er was in die tijd helemaal niets te beleven op zo’n dorp als ’t Veld. De opgroeiende jeugd kwam bij de handbalwedstrijd van dames 1 allemaal achter het doel staan. Ze vonden het prachtig.’

Sport moest na de oorlog zijn plaats in de samenleving vinden. Mannen mochten voetballen, er was gymnastiek in vele dorpen en steden, maar zo maar gaan handballen, met vrouwen in blote benen, dat vereiste takt, bij het bewerken van de katholieke autoriteiten.

Vera: ‘Pastoor Van der Burg, een aparte man, vond het goed dat er gesport werd op zondagmiddag. Het was streng in die tijd. Als je zondag naar de late mist moest, die van elf uur, dan zat je tot half een in de kerk. Daarna volgde voor ons jongeren om een uur de edelwacht, een bijeenkomst met lezingen. En om drie uur was er lof. Je zat de hele zondag in de kerk.’

Achter in de kerk kon je soms de voetballers horen, zegt Vera van der Gulik in haar herinneringen aan toen. Ze was een uitstekende keepster die deel uitmaakte van het team dat in het eerste seizoen, 1948-1949, direct kampioen werd. ‘We verloren geen enkele wedstrijd. Zelfs burgemeester Kalb van Oude Niedorp kwam ons feliciteren. Hij staat nog op de kampioensfoto. Van onze wedstrijden werden geen krantenverslagen gemaakt. Dat bestond in die tijd nog niet.’

Vera van der Gulik haalde in haar VZV-tijd zelf het Noord-Hollands elftal. Ze was een felle dame. ‘Ik zei eenmaal in Den Helder potverdorie, om mijn team op te jutten. Werd ik later door de pastoor toegesproken.

De stijl van keepen was in dat grote doel, 7 meter 32 in plaats van de 3 meter van tegenwoordig, geheel anders. Het leek meer op het doelverdedigen bij voetbal. Vera: ‘Het was duiken. Ik heb nog eens mijn pink gebroken op een doelpaal. Je had het best druk als keeper. Als je de bal had gevangen, bracht je hem met een slingerworp zo ver mogelijk in het veld terug. Gaath Kieft die met mij bij Geel Wit had gespeeld, was onze uitblinkster, ze was middenvoor. Grote uitslagen waren er niet. Drie, vier goals, dat was al mooi.

Alles gebeurde in die jaren, de opbouwjaren na de oorlog, met de fiets. Vera: ‘Ik heb tot 1953 gehandbald, maar nooit één wedstrijd per bus bezocht.Wij fietsten, als het moest, zelfs naar Den Helder. Het ook bijna niet anders, want in heel ’t Veld waren er slechts twee mensen die een auto bezaten: Leegwater en pastoor Van der Burg.

In 1953, een jaar voor haar trouwen met timmerman Jan Keet, stopte Vera van der Gulik met handbal. Dat was in die tijd gewoon. Trouwen betekende kinderen krijgen, een gezin stichtingen, je in dienst stellen van je man. Vera: ‘Als je trouwde, dan stopte je met handbal. Je mocht niet meer. Je moest er af. Wie dat bepaalde? Niemand, zo was ’t gewoon. Zoals je ook meteen kinderen kreeg als je trouwde. Als dat niet gebeurde, kwam de pastoor langs om te informeren. Zo ging dat toen.

De namen van het kampioenselftal van 1949, om de herinnering nog even te kietelen: Vera Van der Gulik, Stien Wit, Jannie Ligthart, Gaath Kieft, Annie Smit, Riet Kok, Jopie Poland, Alie Tesselaar, Hanny Groen, Suze Slippens en Ans Groen.

De mannen kwamen met vertraging.

Herenhandbal, het leidt momenteel na opwindende jaren met spelers als Cees Blokdijk, Alex Betjes, Jeroen de Jong en Freek Aalmoes een wat zieltogend bestaan in ’t Veld en Zijdewind. Misschien heeft het te maken met de late geboorte van deze tak van de handbalvereniging VZV.

Het was 1964, VZV dames 1 verloor in de veilinghal te Alkmaar met 2-1 van het Nederlands team en bij VZV werd een herentak opgericht.Een van de eerste grootheden uit die tijd was Gies van Waesberghe, als Ghiselijn geboren in Zeeuws-Vlaanderen. Hij was woonachtig op De Kolonie, tussen Nieuwe Niedorp en ’t Veld, en hij verdedigde in de jaren vijftig het doel van de voetbalvereniging met dezelfde naam.

Hij kreeg wat woorden met de trainer, ene Dingerdis uit Alkmaar, stopte met voetbal en ging handballen. Want Gies, zo zijn vriend, de bekende Martien Breed, wist wat hetwas een bal in de hand te nemen. Kon hij, de linkshandige, wel net zo goed gaan handballen. Hij vertrok daarvoor naar Alkmaar.

‘Het was 1958’, vertelde Gies in het jubileumboekje van 1998. ‘In ’t Veld werd door mannen nog helemaal niet gehandbald. Het was destijds een pure vrouwensport. Mijn zus werkte bij de vader van Martien Breed. Zo ontstond dat contact.’

Zo kwam Van Waesberghe met de handbalsport in contact. In 1964, zestien jaar na de oprichting van de RK Dameshandbalvereeniging VZV, kon hij dat spel in het eigen dorp uitoefenen. Van Waesberghe was al bestuurslid van diezelfde handbal. Arie Groot, de voorzitter, had hem benaderd. ‘Ik deed technische zaken. Moest ik het veld maaien.’

Over 1964, het geboortejaar van het herenhandbal. ‘We hadden toen een stel spelers bij elkaar. Ze kwamen deels uit ’t Veld maar ook van buiten het dorp. Jack Stammes, de latere legende van Aalsmeer, kwam uit Oudesluis om bij ons te spelen. Vaak kwam hij op zaterdag te gast bij mij thuis.

‘Mathé Broersen, van Zijdewind, was toen nog een van de jongsten, maar ook mannen als Sjaak Stroet, jan van Diepen, Tinus Brink en Jan Keesom, de hardloper, waren erbij. Piet Molenaar was de trainer. Later heb ik dat nog een tijd gedaan.’

Er werd getraind, in barre winters, op het verlichte plein voor de jongensschool. In het aanpalende gesticht, van de stichting Maria Boodschap, woonden ook verschillende gezinnen, onder wie de familie Slijkerman. De moeder van Gies hertrouwde na de dood van haar man met Jan Slijkerman, ene weduwnaar met negen kinderen. Het gezin van twaalf werd nog eens met drie botelingen verblijd, onder wie Jantje Slijkerman, voor de handbalwereld beter bekend als Pisicru.

Op het erf van de Slijkermannetjes en de Van Waesberghes lagen de wortels van zevenhandbal. Het spel op de harde ondergrond ging de voorkeur verdienen boven het veldspel, het edele elfhandbal. In de winter werd gespeeld in de veilinghallen van Alkmaar en Zwaag. Sporthallen bestonden nog niet.

Gies: ‘We moesten soms op zaterdag dweilen. Was er een vrachtwagen binnen geweest en lag er sneeuw die naar binnen was gewaaid. Je deed het met liefde. Handbal was alles. Je floot soms drie wedstrijden op zaterdag, op zondag speelde je zelf en dan trad je soms nog een paar keer als scheidsrechter op. Het was heel gezellig. Alkmaar was de thuishal van VZV.’

Opstelling uit 1967, heren 1 VZV:
Jan Keesom, Gies van Waesberghe, Jan Piet Zwaag, Mathé Broersen, Hans Moras, Tinus Brink, Kees Dekker, Jack Stammes, Jan Lodder, Jan Slijkerman, Peter Groot en Theo Broersen. Coach: Arie Groot.

Baanbrekende Sjaan Tesselaar stopte niet na haar trouwen.

Op zoek naar de historie van VZV handbal belandden we in 1998 in Winkel. We gingen, ter gelegenheid van het boekje voor het vijftigjarige jubileum, op bezoek bij Sjaan Spaansen, als meisje Sjaan Tesselaar geheten. Het was gezellig in Winkel en Sjaan, de vrouw van de onder VZV’ers befaamde sporthallenbouwer Bertus Spaansen, vertelde honderduit. Over toen en vroeger en destijds.

Het kwam aan het licht dat Sjaan in 1963, na haar huwelijk met Bert, baanbrekend werk had verricht. Revolutionaire Sjaan, zo benoemden we haar spontaan. Dat zat zo. Als eerste handbalster uit de dan vijftienjarige geschiedenis van de RK Dameshandbalvereeniging VZV had ze lak aan de ongeschreven doch buitengewoon strenge wet ‘dat je na je trouwen stopte met handbal’.

‘Daar had ik gewoon geen zin’, verklaarde Sjaan zich nader aan de keukentafel. ‘Ik vond handbal leuk. Waarom zou je dan stoppen?’

We knikten, wij van een andere generatie konden ons niks bij zoveel kerkelijk geneuzel voorstellen en waren het volledig eens met Sjaan die we plotseling als de eerste feministe van ’t Veld gingen zien. In elk geval was deze vrouw van grote eenvoud zeer geëmancipeerd, daar waren we het wel over eens.

Sjaan bloosde, van ootmoed en lieflijke deugd zullen we maar denken, en ze bleek, als Veldtemse van De Kampen, een eigenzinnig type. Dat is wat anders dan eigenwijs, overigens.

‘Ik was niet eigenwijs of zo. Maar ik deed wel wat mij het beste leek. Moet jij niet stoppen nu je getrouwd bent, hoorde ik wel hier en daar. Maar ik vond dat niet zo vanzelfsprekend als anderen dat, vóór mij, misschien wel vinden.’

Sjaan, onze feministe avant la lettre, verhuisde getrouwd en wel naar Winkel, naar de woning bij het bedrijf van echtgenoot Bert (de transporteur), maar ze bleef nog ruim twee jaar handballen. Zoals ze ook bleef werken. ‘Bij Van der Kolk in Nieuwe Niedorp in de huishouding. Dat was ook niet normaal. Vrouwen stopten in die tijd met hun baan, als ze huwden.’

Nog zo’n patroon was dat je met handballen ophield als het eerste kind kwam. ‘Na tweeëneenhalf jaar werd Robert geboren. Toen ben ik ermee opgehouden. Ik had het te druk.’

Hier brak Sjaan Spaansen niet met de heersende cultuur. Doorgaan met sport na de eerste geboorte was een taboe. Sjaan: ‘Als je kinderen had gekregen, ging je niet door met sport. Niet dat de dokter zei dat het niet kon. Maar je deed het eenvoudigweg niet. Punt uit.Het waren de heersende cultuur en gewoonte.’

Het was een hele breuk met haar sportieve innerlijk. Handbal was in haar vrije tijd alles voor Sjaan Tesselaar. In 1952 begon ze, als elfjarige. ‘Dan, op die leeftijd, mocht je op handbal. Het was elfhandbal op een groot veld, met dezelfde grote bal als de senioren. Nu zouden we dat maar onwijs vinden voor zulke kleine meisjes.

‘Wij stonden te trappelen om aan sport te doen. Handbal dat was dé sport voor jonge meiden. Mijn oudste zussen deden daarvoor aan korfbal, toen was er nog geen handbal. Maar van ons gezin hebben Marie, Alie, Annie, Agnes, Truus en ik allemaal gehandbald.’

Jonge Sjaan was, zoals het een Noord-Hollandse boerendochter betaamt, sterk en taai. ‘Geblesseerd was je nooit.Dat woord kenden we niet.Ik heb één keer moeten afzeggen voor een wedstrijd, was ik aan mijn blindedarm geopereerd. Kun je eerlijk niet, vroeg Arie Groot, de voorzitter.’

Sjaan Tesselaar was een goalgetter. Haar positie in het elftal (zeventallen kwamen later) was linksbinnen. Op haar zeventiende mocht ze naar het eerste. Tesselaartje was eigenlijk te jong. Er moest bij de bond dispensatie voor haar worden aangevraagd.

Acht jaar speelde ze in het eerste dat in 1958 zelfs naar het district promoveerde. ‘Moest je naar Haarlem. Dat was een wereldreis in die tijd.’

Sjaan was zo fanatiek met handbal dat zelfs een trainerscursus doorliep. Dat hield in die jaren heel wat in. Het was niet even in de auto springen en naar Alkmaar karren. ‘Eerst op de fiets naar Piet Molenaar, die woonde in het pad waar Hans de Jong nu woont. Daarna ging ik bij hem achter op de brommer naar de cursus in Alkmaar. Vreselijke trips gehad. Ik zakte, op het examen psychologie.’

John Volkers.

AGENDA: Noteer 19 april in uw agenda, het zestigjarig bestaan van VZV handbal, sporthal ’t Zijveld, voor wie nog wil ballen, ga alvast licht in training.

OPSTELLING uit 1958: Ida Koenis, Sjaan Tesselaar, Lies Ligthart, Truus Bruin, Cock Ligthart, Annie Droog, Annie Burgmeijer, Riet van Diepen en Corrie Groen.

De kampioenen van 1966.

Een prachtige foto in het jubileumboek van VZV-handbal uit 1998. Een kampioensfoto uit 1966, elf jonge vrouwen met een trotse coach, Arie Groot, staand in het grote voetbaldoel. Het was het 100 meter lange veld voor veldhandbal, de zon scheen en het net hing strak in de tentakels van het doel.

Het was het grote moment dat door VZV de titel in de eerste klasse West was binnengehaald. Er volgde promotie naar de overgangsklasse, de een na hoogste klasse van Nederland. De succesvolle vrouwen van ’t Veld Zijdewind Vooruit dragen op de foto al broekjes, de rode broekrokken uit de beginjaren waren met de voddenactie meegegeven.

De shirtjes hebben zowaar een kraagje en een V-hals. We kunnen moeilijk vaststellen of er knoopjes aan zitten. Wel zien we Gre Goudsblom de arm in de nek van Truus Oudhuis leggen, een vriendschappelijk gebaar. Het kan zijn dat Truus de benjamin was van het team dat verder bekende speelsters als Cock Ligthart, Manja Groot en Tiny Koopman telde. Truus was bij het behalen van de titel bijna twintig jaren oud.

De felle speelster uit Nieuwe Niedorp, sinds haar elfde bij VZV, zou nog zeventien jaren in het eerste volmaken. Ze bleef handballen in het topteam tot haar 37ste, in 1983 maakte ze plaats voor de aanstormende jeugd. Ze was, een mijlpaal, de eerste 500-plusser van VZV. Ze speelde meer dan vijfhonderd wedstrijden in een slordige twintig jaar, met twee onderbrekingen wegens zwangerschap.

Lang was Truus Oudhuis, na haar trouwen beter bekend als Truus Dettmers, de voornaamste schutter van VZV. Vele jaren, tot de entree van de linkshandige Ria Broersen, was ze topscorer. Ze had een pittig schot met de rechterarm, altijd naar beneden gericht.

Truus had, zo schreef Jan Bakker (ook wel Beppert Buwalda) in het VZV-boekje van 1998, een karakteristiek trekje in haar balbehandeling. Als ze met rechts schoot, legde ze ter controle altijd de linkerhand ook op de bal. Het was ontstaan bij veldhandbal toen er met grote leren knikkers werd gespeeld.

Veldhandbal was ‘groot’ bij VZV. De club speelde tot het moment dat de grote veldvariant ophield te bestaan, op het hoogste niveau. Truus: ‘We speelden in een klasse met Hellas uit Den Haag, Walcheren uit Middelburg en DES uit Enschede. We werden regionaal ingedeeld. We speelden of in een noordelijke dan wel westelijke klasse. Er waren twee topklassen.’

Truus Dettmers speelde met haar VZV-team tegen internationals als Gien van Maanen (Hellas) en Carry Piller (Niloc). Het Amsterdamse Niloc was de eerste club die zich puur op zaalhandbal (de zevenhandbal-variant onder dak) terugtrok. Het veldhandbal werd een spel op asfaltvelden. Zo kwam er in 1972 een brede strook macadam (zoals de Belgen het noemen) op sportpark De Kogge. VZV vond de veldhandbalcompetitie van groot belang.v

VZV was in die jaren al een van de toonaangevende clubs van de regio. De andere namen waren Vliegensvlug uit Anna-Paulowna, Meteoor (Opmeer), SEW (Nibbixwoud) en AVA (Alkmaar). VZV had aantrekkingskracht op speelsters van andere plaatsen, maar daar moeten we ons ook weer niet te veel bij voorstellen, zegt Truus.

‘Tiny Koopman en Nel Heddes kwamen uit Schagen, maar alleen maar omdat daar het handbal tijdelijk was opgeheven. Later kwamen Thea Klaver en Riet Bregman van buiten naar VZV, omdat ze het fijn vonden op niveau te spelen. Er was niemand die tegen hen zei dat ze moesten komen om VZV te versterken. Dat ging niet zo. Dat kwam pas veel later, toen VZV een positie in de tweede divisie van het zaalhandbal had bereikt.’

Truus Dettmers promoveerde met haar VZV in 1973 naar de tweede divisie. Tot dan had de club gependeld tussen derde divisie en afdeling. De degradatie was er al weer snel. Truus: ‘Ik was bevallen van Martijn, mijn zoon. En dat jaar vielen we al weer terug.’

Handbal was een groot deel van haar leven. Ze bestierde van 1973 tot 1992 het kantoor van de afdeling Noord-Holland Noord van het Nederlands Handbal Verbond (NHV). Eerst hield ze kantoor aan huis, aan de Tjallewallerweg in de Schagerwaard. Later verhuisde ze met de handbalboel naar de hoek van de Markt in Schagen, naar de eerste verdieping van het pand van de VSB Bank.

Dat ze op haar elfde naar VZV ging, had te maken met oude geloofsverhoudingen. Truusje Oudhuis wilde handballen en dat mocht alleen bij een katholieke club, bij VZV dus. Ze was naast speelster lange tijd jeugdtrainster, lid van de technische commissie en penningmeester van De Kogge.

Ze had nog een grote verdienste. Haar huwelijk met Wim Dettmers bracht veel bouwkennis in de vereniging. In 1989 was Wim de architect van de sporthal die VZV voor de eigen club ging bouwen op het terrein van De Kogge.

John Volkers.

De opstelling van VZV in 1966: Truus Oudhuis, Gré Goudsblom, Cock Ligthart, Manja Groot, Els Ligthart, Annie van der Stoop, Tiny Jong, Annie Jong, Tiny Koopman, Ans Veul en Afra Goudsblom.

Onverslijtbare Ria van Wonderen al 45 jaar handbalster.

Wie op een zondag naar sporthal ’t Zijveld trekt, kan haar nog zien handballen. Dribbelend in de rechterhoek, balletje vangen en terugleggen op de opbouwster. En een enkele keer plotseling doorstartend naar de achterlijn en dan met de linkerarm de verste hoek zoekend. Vroeger was dat een geheide goal, nu, bij dames 3 in de eerste afdelingsklasse van Noord-Holland, is dat maar afwachten.

We hebben het over Ria van Wonderen (voorheen Broersen). In 1998, bij het vijftigjarige jubileum van VZV-handbal, was ze 35 jaar lid. Nu is ze dus op 45 jaar aanbeland, een onvoorstelbaar aantal jaren van trouw en sportiviteit, twee eigenschappen die bij Ria passen. Broersens zijn trouw en sportief, in deze of de omgekeerde volgorde.

Ze begon ooit als meisje van zestien (we schrijven 1969) in het eerste veldelftal, met vrouwen als Tinie Koopman, Els Ligthart, Nel Groen en Riet Bregman. Na afloop van de wedstrijd naar café Boekel, cassis drinken met vrouwen die aan de graves superieures zaten.

Het waren de jaren dat VZV wat dommig vasthield aan veldhandbal. In 1998 legde Ria dat nog eens uit, op de vraag waarom SEW in al die jaren op VZV vooruit heeft gelopen. Nou dat kwam zo, aldus Ria: ‘VZV hield in die jaren zestig nog erg vast aan veldhandbal, een beetje grof spel op een voetbalveld met elf tegen elf.

‘De club was wat conservatief en we hadden niet zo’n beste zaalploeg. SEW maakte de overstap naar het zevenhandbal eerder en kon direct op divisieniveau verder. In ’t Veld kozen ze voor elfhandbal. Ze waren ervan overtuigd dat het zou blijven bestaan. Nou, mooi niet. Daarom moesten wij ook in de afdeling met zaalhandbal beginnen. Die achterstand hebben we nooit goed gemaakt.’

(Sterker nog, VZV speelt volgend seizoen twee divisies lager dan SEW, hoofdklasse om eredivisie).

Ria van Wonderen was vele jaren de topschutter van VZV. Ze had een linkerarm, waarmee ze in het veld al succes had. ‘Met een curve in de lange hoek. De keepster had in dat grote doel dan echt geen kans.’

Scoren was Ria’s tweede natuur. ‘Het ging mij niet om doelpunten, ik heb het ook nooit echt bijgehouden. Maar ik stond jaren lang, feitelijk tot de komst van Judith van Dam met haar enorme schot, altijd hoog op de topscorerslijst. Ik gooide vooral bekeken. Ik stond rechts in de opbouw. Ik schoot altijd lange hoek. De keepsters hadden er geen kijk op.’

Coaches probeerden – god mag weten waarom – haar voorkeur voor schieten te veranderen. Ria: ‘Ik heb wel discussies gehad met Karel Klesser, onze coach eind jaren zeventig, begin tachtig. Die vond dat ik meer moest variëren. Ik zei altijd: als ik ze er niet meer ingooi, Karel. Eerder niet.’

Want ja, ga die Broersens niks vertellen. Machtig eigenwijs volk, weten wij van het jubileumcomité VZV Zestig Jaar. Er zit er één (Theo) in ons clubje. Toelichting overbodig.

Ria dreef bij handbal vooral op haar linkshandigheid. Altijd trappen verdedigers er bij het blokkeren in, om over keepers maar te zwijgen. Je stapt uit, alsof je een rechtshander wilt tegenhouden en de bal wordt simpel langs je geschoten. Zo was het ook bij Ria.

Ze had een ‘maar’. Ze was blessuregevoelig. Wij van de vaste supportersgroep zeiden wel eens: Ria, die is op maandag gemaakt.Haar lijf was fragiel, de gewrichten zwikten met regelmaat, vingers knakten, ruggen sloegen vast.‘Ik weet niet hoeveel meters tape ik door de jaren heb verbruikt’, sprak ze in 1998. En sindsdien is er nog een EHBO-doos tegenaan gegaan.

De analyse van het lichaam: ‘Ik was niet zo sterk. Als tienjarig meisjes moest ik al met onze trainer, Gies van Waesberghe, mee naar huis. Had ik last van mijn enkel, smeerde hij er een speciaal zalfje op. Mijn enkels waren slecht, net als mijn rug en mijn vingers. Mijn knieën waren beter.

‘Maar mijn man Aad heeft wel eens gezegd dat hij is begonnen als verzorger omdat ik altijd geblesseerd was. Zo was het wel, geloof ik.’

In de zaal kwam haar techniek er beter uit. Ria van Wonderen werd de belangrijkste speelster van VZV 1. Na Truus Dettmers werd ze de tweede handbalsters met 500 wedstrijden achter de naam. ‘Kreeg ik een trainingspak en een pen bij de huldiging.’

In 1987, achttien jaar na haar debuut, trok ze zich terug. Ze was 34 en kampte met een ‘tennisarm’, jargon voor een zwangerschap. ‘Ik was in verwachting van Geert, mijn tweede. Ik weet nog dat we met Jan Koopen, de nieuwe coach, een teambespreking hadden voor het nieuwe seizoen. Jan had het over visualiseren en panoramablik. Toen lepelde hij zijn ambitieuze programma op. Ik was maar wat blij dat het voorbij was.’

Ria van Wonderen droeg de aanvoerdersband over aan Marion Kramer, maar ze bleef moeiteloos meedraaien in het tweede, later het derde. Ze was jeugdbestuurslid, redactrice en organisator doelpuntenactie. Ze bleef ook lekker spelen. ‘Mensen vragen me wel hoe ik dat toch vol houd. Maar als je iets leuk vindt, kost dat toch helemaal geen moeite.’

Zomaar wat feiten:

1973: zilveren jubileum VZV met receptie en feestavond met cabaret van Humtidelum
1975: twee verharde handbalvelden in gebruik genomen op het nieuwe sportpark De Kogge
1977: Bejo Zaden wordt de eerste sponsor van VZV en biedt trainingspakken aan. Jan de Greef vervangt Wil Mooy als trainer.
1979: Dames 1 naar Londen. Grote Clubactie van start.
1982: VZV wordt in Ridderkerk veldhandbal kampioen van Nederland.

Vier voorzitters in zestig jaar.

Zestig jaren oud en een bewogen geschiedenis.En toch heeft handbalvereniging VZV in die woelige zes decennia maar vier voorzitters gekend.Een per vijftien jaar gemiddeld.Kom daar tegenwoordig nog maar eens om.In chronologische volgorde: Arie Groot (1948 - 1974). Jan Jong (1977 - 19840.

Karel Klesser (1984 - 1994). Rob Goed ( 1994 - 2008).Wie drie jaar mist,heeft goed meegeteld.Tussen het plotselinge overlijden van Arie Groot in 1974 en het aantreden van Jan Jong `77 zitten drie jaren,waarin Jong nog vice-voorzitter was en penningmeester Theo Broersen als interim waarnam.Broersen wilde echter onder geen beding voorzitter worden.De onderwijzer uit Nieuwe Niedorp had een broertje dood aan officiële verplichtingen zoals het dragen van een stropdas en spreken in het openbaar.

Dit nu was de grote kwaliteit van Jan Jong.Oreren tot een gehoor van VZV ers, van sponsors, gemeentebestuurders, collega voorzitters, journalisten het ging hem glad en soepel af. Jong de vertraagd aangetreden opvolger van Groot was (is) een aimabel mens.Hij was de broer van VZV secretaresse Gre Jong,de vrouw die de jaarverslagen van VZV in rijm opstelde.

Groot,eerder beschreven in deze rubriek als oprichter en uniek voorzitter,kwam als stamgast in het gezin Jong in het leven van jonge Jan.Dat ging zo:

"Tot 1960 heb ik gevoetbald bij VZV.Langzamerhand raakte ik in het handbal verzeild.Ik kreeg verkering met Atie Huiberts uit Schagen,een handbalster van VZV.Bij ons thuis ging het al over handbal,want mijn zuster Gre was secretaresse.Dan kwam voorzitter Arie Groot langs om met ons Gre wat zaken door te nemen.Arie schoof bij,vervolgens gingen we eten en dat was bij ons thuis,bij de Jonge,met z`n tienen.Arie trok zich dan iets terug,en na de maaltijd kwam hij er weer bijzitten om verder te praten met Gre."

Zo kwam Jong,hij had zich er maar niet mee moeten bemoeien, in het bestuur.Hij had aanvankelijk niet veel te doen,want Groot deed in die jaren alles.

Jan: " Toen ik in het bestuur kwam als vice-voorzitter,stelde dat eigenlijk niet veel voor.Want Arie had de touwtjes stevig in handen."

Maar na de dood van Groot - Toen de blikken trommel met VZV administratie echt vrij kwam ging Jan Jong het in 1977 zelf doen.Na een maand liet zijn Atie bij een verkeersongeluk bij de kruising Provincialeweg en Hartweg het leven.Hij liet Theo Broersen de zaken weer overnemen,maar een paar maanden later was hij terug,om zich volledig op zijn werk als handbalvoorzitter te storten.In die tijd was Jan Jong (nu 71) conciërge bij van Het Skavel.In het schoolgebouw,mok koffie in de hand,leunend tegen de kopieermachine,werden plannen gesmeed hoe VZV van een leuke vereniging een topclub in het handbal kon worden.Het klonk hoogdravend,maar er werd een compleet verenigingsplan geschreven met het doel VZV (toen tweede divisie)in de eredivisie te krijgen.In 1983 kwam Jong in de commissie die dat plan van de grond moest tillen.

Een jaar later deed hij afstand van zijn eerste positie in de club, en deed hij de voorzittershamer over aan Karel Klesser.De IJmonder werd de derde voorzitter uit de VZV-geschiedenis.Hij was ook al door een verkering in de handballerij beland.De IJmonder Klesser,in 2007 overleden was eigenlijk een honkballer."Maar toen ik verkering kreeg aan Wil van der Kuil,het handballende zusje van voetbalinternational Piet van der Kuil,kreeg ik belangstelling voor die sport.Toen ben ik bij IJmond gaan spelen,in een zo`n uit allerlei honkballers gesmeed team."

Bij het handbal ontmoette Klessers Finny Gooijers.In1976 ging hij met haar samenwonen.Hij coachte,zij speelde bij IJmond 1.Toen ze naar Heerhugowaard verhuisden,ging Finny uitkijken naar een andere club.Dat werd VZV.Zo kwam Klesser de vereniging in.Hij werd door masseur Aad van Wonderen gestrikt om het eerste damesteam te gaan coachen.

In 1984,na tal van successen met het team dat getraind werd door zijn buurman Jan de Greef,werd Klesser gevraagd als voorzitter.

Hij verhuisde zelfs naar `t Veld.Zijn besluit was weloverwogen,zo vertelde hij in het VZV-Jubileumboek uit 1998 : "Ik werd bij Theo Broersen thuis gepolst om voorzitter te worden.Ik heb toen gevraagd of het een probleem was dat ik niet kerkelijk was.Ik was nog uit de tijd dat ik als jochie geen lid mocht worden van ADO`20,omdat ik niet katholiek was.Maar bij VZV was er geen aalmoezenier meer." Klesser bleef tien jaar voorzitter,tot hij in 1994 aantrad als preses van de in 1989 met zelfwerkzaamheid gebouwde sporthal `t Zijveld.Hij zocht zijn opvolger zelf.Het werd zijn oude handbalmakker Rob Goed uit Heerhugowaard,opvallend genoeg alweer een "buitenpoorter".Goed had - gek genoeg - geen enkele bestuurlijke ervaring toen hij bij VZV aantrad."Ik had zelf jaren gehandbald bij IJmond,en ik was van `82 tot `92 trainer geweest bij Dynamo, Niedorp en Hollandia T.Toen karel klesser me vroeg heb ik lang moeten nadenken,maar voor mij was het een uitdaging ook eens bestuurder te zijn." Goed besteedde met teammanager Geert Hageman, veel tijd aan het vlaggenschip van de club,dames 1.

Dat speelde heel lang eredivisie,maar is nu niet zo`n gezonde eerstedivisieploeg.Het team staat op punt van degraderen.Goed, kort voor zijn VUT bij Tata in IJmuiden,acht het na turbulente jaren tijd zijn zetel vacant te verklaren.VZV bezig met een overgangsjaar,zal na het zestigjarig jubileumfeest (op 19 april) op zoek moeten naar een opvolger.Of die weer aan tien voorzittersjaren komt zoals zijn voorgangers valt te bezien.Besturen van een club is een lastig karwei en allang geen levensmissie meer.

Jan Jong " Toch,vier voorzitters in 60 jaar. Je mag zeggen dat zoiets op stabiliteit wijst". Hij twee jaar geleden nog wonderbaarlijk hersteld van een openhart operatie, zal erbij zijn op 19 April. Rob Goed maakt deel uit van het jubileumcomite. Hij moet erbij zijn.De club zal hem daar uitzwaaien.

Jong:"Zeg John,ben jij geen kandidaat voor die positie?" Nu word het echt tijd om ons gesprek af te sluiten.

Opvallende gebeurtenissen:
1952 - Algemene ledenvergadering in de keuken van cafehouder Arie Slijkerman.
1953 - Het eerste Lustrum.`s Morgens een heilige Mis en daarna ontbijt in het Patronaatsgebouw `s Middags sportmiddag met handbal, voetbal en gymnastiek.
1954 - Door de groei van de vereniging moet er een tweede handbalveld komen.
1955 - VZV 1 weer kampioen op het veld.Er melden zich enkele leden van BUITEN de parochie.
1958 - Plechtige inzegening van de nieuwe kleedkamers in de kerkenstal door pastoor Den Brabander,in aanwezigheid van o.a. Burgemeester van Breemen, Gies van Waesberghe komt in het bestuur.

Namens het jubileumcomité, John Volkers.